Artrose


Bij mij thuis had ik een ontmoeting met een bekende. Ik zag hem scheef weglopen, dus vroeg hem wat hij had. Artrose, zo bleek. Ik voelde de behoefte om hem te helpen, maar wist ook dat hij helemaal niks met hypnotherapie had. Wel werd hij gek van de medicijnen. En dat is nou precies het voordeel van mentale medicijnen: de enige bijwerking is dat het werkt.

Ik vroeg aan hem wat hem zou helpen. In een therapiesessie zou ik vragen: wat is het meest belachelijke dat ik nu kan zeggen?
Deze vraag zou ik in de sessie 3x stellen, om hem out of the box te kunnen laten denken en een ander creatief denkproces in werking te zetten. Dan zou ik minimaal 5x de vraag stellen: wat is de kleinst mogelijke stap die je kunt maken?’ Zo wordt iemand ontvankelijk voor een suggestie.

In mijn huiskamer vroeg ik deze man wat hij het liefst zou hebben dat werkt: een pilletje, drankje, zalfje of poedertje.
“Een zalfje”, zo was zijn antwoord. Dus ik vroeg hem: “Zit het dan in een tube of potje?”
Hij zag het helder voor zich. “Een tube, met aan het eind zilver. Zo’n oude zinken tube, met een ouderwetse mayonaise schroefdop.” Extra bijzonder, als je je bedenkt dat zink een belangrijke rol betekent in de behandeling van artrose.

Op dat moment kwam een enorme walging bij hem op. Hij wilde deze tube per se niet gebruiken. Toen ik doorvroeg, kwamen we langzaam tot de kern. Het moest niet te hard gaan werken, want anders was hij bang over zijn grenzen te gaan. “Soms is rugpijn ook wel fijn, want dan heb ik even rust.” Een emotioneel moment. Hij zag hoeveel zorg hij op zich nam voor zijn zoon en zijn vader. Hoeveel hij van zichzelf vroeg.

Ik vroeg hem wat hij dan met de zalf wilde doen. “In het kastje leggen,” was zijn antwoord.
Een plek binnen handbereik, waar ik nader op inging: “Dus nu heb je geen pijn nodig om je rust te pakken. Je hebt de zalf altijd bij de hand.”